Verslag congres 'Documenting jazz'

17-02-2020

Van 16 tot 18 januari 2020 vond in Birmingham (GB) het congres Documenting Jazz’ plaats. In het kader van zijn jazzerfgoedwerking was ook CEMPER aanwezig en toonde er de ontwikkelde waarderingsmethodiek om samen met jazzexperten de cultuurhistorische waarde van jazzopnames en hun gebruikspotentieel (voor onderzoek, onderwijs, artistieke praktijk etc.) te duiden.

Het documenteren van jazz

Documenting Jazz is een jong internationaal congres – de eerste editie vond vorig jaar plaats in Dublin. Het richt zich zowel tot academische onderzoekers (de sterkst vertegenwoordigde groep) als tot jazzmuzikanten en erfgoedinstellingen (al dan niet met een academische onderzoeksopdracht). Voor deze editie verzamelden een 80-tal geïnteresseerden in Birmingham City University, waar een sterke onderzoeksgroep Jazz Studies aan verbonden is.

Het congres stond volledig in het teken van de verschillende manieren waarop jazz gedocumenteerd is en kan worden. In het verlengde daarvan ging ook veel aandacht naar de historische en actuele perceptie van jazz, de manieren waarop we naar jazz keken en kijken en de manier waarop onze perceptie onze opvattingen over documenteren beïnvloedt. Een 60-tal presentaties, met sprekers uit maar liefst 22 landen – verdiepten het thema. De meer traditionele en voor de hand liggende vorm van documentatie (historisch gezien vaak als belangrijkste documentatievorm beschouwd) – de klinkende muziek – kwam nauwelijks aan bod. In de sessies waar dat wel het geval was, beklemtoonden de sprekers net de tekorten (Andrew Bain – Royal Birmingham Conservatoire) of gevaren (Petter Frost Fadnes – Stavanger Universiteit) van deze eenzijdige blik op de jazz”. Het merendeel van de sessies gingen dieper in op alternatieve documentatievormen en ‑wijzen. De rol van visuele documentatie kwam onder meer aan bod in de keynote van Catherine Tackley (University of Liverpool). Uit onderzoek concludeerde zij dat de mogelijkheid om jazz te zien’ in de directe, nabije omgeving en ook buiten een jazzcontext, een belangrijke functie speelde in de verspreiding van het genre. Ze verwerkte haar bevindingen in de tentoonstelling Rhythm and Reaction: The Age of Jazz in Britain. Haar bronnenmateriaal omvatte schilderijen, etsen en beeldhouwwerken, postkaartjes, (stille!) films, muziekinstrumenten, foto’s, radio’s, boeken en tijdschriften, aardewerk, kledij en schoenen, meubelstoffen, enz. Andere sessies gingen iets directer in op het gegeven van jazz als visuele cultuur en verkenden de mogelijkheden en beperkingen van bijvoorbeeld jazzfotografie (o.a. Alan John Ainsworth – onafhankelijk onderzoeker, Ramsey Castaneda – Los Angeles College of Music en Amanda Quinlan – onafhankelijk onderzoeker) en jazzalbumcovers (Alan Stanbridge – University of Toronto).

Wat ons zal bij blijven …

Een aantal sessies waarvan wij in het bijzonder blij werden:

  • Jenai Cutcher is als artistiek directeur verbonden aan Chicago Dance History Project, een initiatief dat de mondelinge en belichaamde dansgeschiedenis(sen) van Chicago documenteert en onderzoekt. Ze verzamelen archiefmateriaal en mondelinge getuigenissen, organiseren workshops/​masterclasses, tentoonstellingen, transcript-a-thons enz. Hun meest recente project, Joel Hall Dancers Legacy Archive, is een voorbeeld van hoe artiesten en collectiebeheerders kunnen samenwerken bij het documenteren, cureren en presenteren van de geschiedenis en het repertoire van een danser/​choreograaf op een manier die de geest van de artiest en zijn werk benadert. Lees meer over Chicago Dance.
  • Damian Evans (Research Foundation for Music in Ireland) stelde het privéarchief voor van de Ier Philip Bedford, die sinds de late jaren 90 wekelijks jazzconcerten bijwoont. Minutieus nam hij elk concert op (video en audio) en maakte hij een foto. In de rand verzamelde hij ook flyers en affiches. Philips focus ligt echter niet op de leidende figuren uit de scene, maar op het intieme karakter van kleine locaties en hoe jazz daar beleefd wordt. Als dusdanig biedt zijn archief een alternatieve blik op het jazzleven, complementair aan de collecties en archieven die door grotere instellingen worden aangelegd en bewaard of door privéverzamelaars die vaak wel iconische jazzmuzikanten en ‑uitvoeringen als uitgangspunt nemen.
  • Adriana Cuervo (Rutgers University) plande oorspronkelijk een presentatie te geven over hoe ze het archiefbeheer binnen het Institute of Jazz Studies de voorbije jaren rationaliseerden door implementatie van algemene archiefstandaarden en ‑praktijken. Door de aanwezigheid van tal van onderzoekers besloot ze echter last minute om een meer algemene inleiding te geven op de werking van collectiebeherende (archief)instellingen. Centraal daarin stond de relatie met onderzoekers en hun verwachtingen t.a.v. het instituut. Haar presentatie werd een dialoog over de soms tegengestelde noden en de nood aan prioritering bij onder meer acquisitie, toegankelijkheid en digitalisering. In zekere zin werd het een louterend gesprek, waarbij de beide kanten met een beter begrip van elkaars standpunten de sessie konden verlaten. Lees meer over Institute of Jazz Studies.
  • John Ehrenburg (RIPM, John Hopkins University) kwam het project RIPM Jazz Periodicals voorstellen. Via de website ripmjazz​.org worden de gedigitaliseerde versies van een goede 100 jazztijdschriften (waaronder Metronome, Down Beat) uit de periode 1914 – 2006 ter beschikking gesteld en fulltext doorzoekbaar gemaakt. Helaas heb je een betalend account nodig om van deze dienst gebruik te kunnen maken. Voorlopig beperkte de samenwerking zich tot de tijdschriftencollecties van het Institute of Jazz Studies en enkele andere Amerikaanse instituten, al zijn er plannen om de scope uit te breiden. Een belangrijke bron voor onderzoek naar (internationale) jazzgeschiedenis. Lees meer over RIPM Jazz Periodicals.
  • Laurent Cugny (Sorbonne Université) werkt al enkele jaren – met de hulp van zijn studenten – aan een uitgebreide database van jazzliteratuur, onder de naam BiblioJazz. Focus ligt op literatuur in andere talen dan het Engels. De databank bevat inmiddels meer dan 5700 record. Omwille van het gebruiksgemak maken ze daarbij gebruik van de bibliografische tool Zotero. Het is de bedoeling om te evolueren naar een systeem waarbij literatuurcatalogi van andere organisaties (collectiebeherende instellingen, uitgeverijen, gespecialiseerde tijdschriften) en personen (academici, verzamelaard) geïmporteerd kunnen worden. Via een nieuwe website, die normaal gezien nog begin dit jaar gelanceerd wordt, zal deze geïntegreerde bibliografie” publiek gemaakt worden. Lees meer over BiblioJazz.
  • Ook CEMPER zelf gaf een presentatie op het congres. Samen met dr. Matthias Heyman stelden we het cross-collections waarderingsproject voor dat we in 2019 uitvoerden. We toonden hoe we de waarderingsmethodiek gebruikten om samen met jazzexperten de cultuurhistorische waarde van jazzopnames en hun gebruikspotentieel (voor onderzoek, onderwijs, artistieke praktijk etc.) te duiden. 
  • Als kers op de taart brachten we onder begeleiding van de verantwoordelijken een bezoek aan het depot van de faculteit, die als satelliet fungeert van The National Jazz Archives (NJA). Uit plaats- en personeelsgebrek werd een deel van hun collectie enige tijd geleden naar Birmingham overgebracht, waar het met de hulp van studenten-vrijwilligers geïnventariseerd en in zuurvrije materialen verpakt wordt. Binnen afzienbare tijd wordt de oude catalogus van de NJA omgezet naar het bibliotheeksysteem van de universiteit.

Dankzij de veelstemmigheid van de aangeboden sessies is alleszins een lans gebroken om als jazzgemeenschap een breed jazznarratief te blijven construeren. CEMPER kwam alvast met de nodige inspiratie voor zijn dienstverlenende rol naar huis …

Volgend jaar vindt het congres plaats in Edinburgh.

Meer lezen


Foto: Grimwades Royal Winton, koffieset Jazz, jaren 30. Eén van de voorwerpen uit de tentoonstelling Rhytm & Reaction

Onderzoek Heidi Moyson Mail Heidi Moyson
17-02-2020

Stel een vraag

Heb je vragen of wil je weten wat CEMPER voor je kan betekenen? Laat van je horen!
CEMPER vzw
Zoutwerf 5
B‑2800 Mechelen
O. nr. 0683 772 202
RPR Mechelen