Topstuk voorgesteld: Antifonarium Tsgrooten

26-12-2015

Toen in 2008 het Antifonarium Tsgrooten door de Vlaamse Gemeenschap werd aangekocht kreeg dit heel wat weerklank in de pers. Het koorboek werd beschouwd als een sleutelwerk in het topstukkenbeleid: een goed gedocumenteerd en rijkelijk verlucht handschrift dat getuigt van de evoluties in de gregoriaanse muziek.

Van vergeten familiebezit naar publiek eigendom en topstuk van algemeen cultureel belang: de snelheid waarmee het antifonarium Tsgrooten dit parcours heeft afgelegd laat zien dat door het topstukkenbeleid de zorg voor nationale cultuurgoederen hoog op de agenda kan staan.

De familie de Mérode bood in december 2007 het antifonarium te koop aan. Zij had het stuk gekregen van de kanunniken na de opheffing van de abdij in 1796 als dank voor de eeuwenlange bescherming en begunstiging. Toenmalig minister van cultuur Bert Anciaux liet eind januari 2008 weten geld vrij te maken voor de aankoop en het antifonarium zou op 1 februari 2008 toegevoegd zou worden aan de Collectie Vlaanderen. Erfgoedbibliotheek Vlaanderen kreeg het stuk in bruikleen en de Universiteitsbibliotheek van Gent bewaart sindsdien het antifonarium. Op 30 mei 2008 werd het antifonarium voorlopig erkend als topstuk, in december van hetzelfde jaar volgt de definitieve opname in de topstukkenlijst.

Niet elk handschrift dat opduikt, volgt een dergelijk parcours. Het toont aan dat in privébezit nog relevant erfgoed bewaard wordt. Het antifonarium Tsgrooten werd in het begin van de 16de eeuw vervaardigd en werd voltooid in 1522. Het draagt de naam van de opdrachtgever, Antonius Tsgrooten, abt van de Norbertijnenabdij. Deze wordt verkozen in 1504 als abt en laat zich gelden als een vernieuwer. Hij bestelt verschillende koorboeken waaronder het antifonarium. De scribent van dit handschrift was volgens een nota op het eerste schutblad Franciscus van Weert. Voorlopig is niet geweten wie de miniaturen heeft gemaakt.

Hoe bijzonder dit handschrift ook is, het maakt feitelijk deel uit van een set van drie handschriften, gemaakt voor abt Tsgrooten. Dit volume vormt het derde en laatste deel. De eerste delen worden bewaard in de British Library (add.mss. 15426 en 15427) en bevatten onder meer een psalterium en hymnarium (deel I) en het winterdeel van het antifonarium (deel II). Het was niet ongebruikelijk dat de inhoud van het antifonale over twee volumes (winterdeel en zomerdeel) werd gespreid. Het antifonarium Tsgrooten bevat het zomerdeel met de gezangen vanaf Pasen tot de Advent en de muziek voor de Heiligenfeesten, evenals een stukje hymnarium voor enkel feesten.
Pieter Mannaerts heeft het antifonarium beschreven en verklaart waar het muzikaal belang ligt. Het handschrift bevat gregoriaans en dus ook kwadraatnotatie. Dit is niet zomaar het gregoriaans dat in Rome werd vastgelegd. Het betreft specifiek Premonstratenzer gregoriaans dat een eigen traject kende van lokale gebruiken en centrale richtlijnen. Zo zou het handschrift misschien ook een rol kunnen gespeeld hebben in de hervorming van het Premonstratenzer gregoriaans in de zeventiende eeuw. Het handschrift bevat tal van schrappingen en toevoegingen die wijzen op een doelgerichte aanpassing.

Dat dat gregoriaans nog iets te vertellen heeft, mag ook blijken uit het feit dat Psallentes en Hendrik Vanden Abeele zangsessies hielden met muziek uit het handschrift. Onder de namen Antifonarium Tsgrooten in Actie’ en Antifonarium Tsgrooten Sing-in’ werd het handschrift weer naar een zingende gemeenschap gebracht.

26-12-2015

Stel een vraag

Heb je vragen of wil je weten wat CEMPER voor je kan betekenen? Laat van je horen!
CEMPER vzw
Zoutwerf 5
B‑2800 Mechelen
O. nr. 0683 772 202
RPR Mechelen