Poppen en figuren maken als immaterieel erfgoed

Paul Contryn is scenograaf, poppenmaker en –speler bij DE MAAN. Dit figurentheater groeide voort uit het reizend poppentheater Hopla’ (later het Mechels Stadspoppentheater) dat opgericht werd door Pauls grootvader en poppentheaterpionier Jef Contryn. Het maken van poppen en figurentheater is een stukje immaterieel erfgoed dat onlosmakelijk verbonden is met het spelen ervan. Het werd dan ook geregistreerd op immaterieelerfgoed​.be. Wij bezochten het atelier van Paul in DE MAAN en gingen met hem in gesprek.

Wat is poppen- en figurentheater voor jou?

Poppen- en figurentheater heb ik altijd iets heel indrukwekkend gevonden. Het is een manier om een verhaal heel beeldend te brengen. Het is iets magisch omdat je met de poppen en figuren dingen kan doen die buiten de mogelijkheden van menselijke acteurs vallen. Dingen die je normaal moeilijk op het toneel kan brengen, zoals dieren en kinderen, kan je zonder problemen integreren in je verhaal. Wat je op tv in een animatiefilm of cartoon ziet, gebeurt hier werkelijk voor jouw neus. En daar komt dan bovenop dat de acteur kan inspelen op wat er gebeurt in de zaal.

Er zijn erg veel mogelijkheden binnen figurentheater: je kan met figuren spelen die piepklein zijn of net enorm groot; je kan de manipulatie van de figuren zichtbaar maken of net niet; je kan alleen maar met figuren spelen of er acteur(s) bij betrekken. Je kan spelen met handpoppen, draadpoppen, stangpoppen, objecten … Als alles aan dat plaatje klopt, word je als publiek – zowel kinderen als volwassenen – helemaal meegenomen in het verhaal dat de poppen- en figuren brengen.

Ik ben zelf met figurentheater opgegroeid. Mijn vader, Louis Contryn, nam de passie over van mijn grootvader, Jef. Overal in huis stonden poppen, rekwisieten en decorstukken. Ik werd vaak aan de hand meegenomen naar voorstellingen en festivals. Naarmate ik wat ouder werd, begon ik te tekenen. Als mijn vader een nieuwe productie aan het maken was, stond ik direct klaar met mijn schetsen. Maar als je zelf de poppen maakt, kan je het figuur nog verder laten evolueren en emotie geven omdat je ermee speelt en beweegt tijdens het proces. Daarom ben ik ook zelf poppen beginnen maken.

Voorstelling De Tuin van de Walvis’ | © Diego Franssens

Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat de kennis en kunde van het maken van poppen en figuren werd doorgegeven?

Terwijl er voor zang, opera en theater wel al opleidingen waren, was er lang geen opleiding voor poppenspelers in Vlaanderen. Mijn grootvader wilde dat er een opleiding kwam en zijn eerste stap was het tijdschrift De Poppenspeler’ dat in de jaren 40 verscheen. Mijn grootvader is daarna ook lezingen beginnen geven met figuren erbij. Mijn vader ging soms mee als assistent. Soms deden ze na een voorstelling ook een gesprek met het publiek om uit te leggen hoe ze met de figuren speelden.

In de jaren 70 richtte mijn grootvader de School voor Poppenspel’ op. Acteurs en makers die overdag een andere job hadden – want ze konden niet van het theater alleen leven – gaven er in de avond cursussen speel- en maaktechnieken. Die cursussen waren erg succesvol en ze kregen er ook veel van terug. Verschillende deelnemers kwamen terecht in het theater van mijn grootvader, dat toen het Mechels Stadspoppentheater heette. In 2002 wijzigde de structuur van De Centrale voor Poppenspel en kwam de klemtoon meer en meer op het erfgoed van figurentheater te liggen. De naam veranderde naar Het Firmament. Het Firmament organiseerde verschillende tentoonstellingen, projecten en workshopreeksen. Vanuit de opgebouwde kennis en expertise over het erfgoed van figurentheater sloeg Het Firmament in 2012 de brug naar de bredere podiumkunstensector, om tot slot in 2019 met Resonant te fuseren tot CEMPER, het Centrum voor Muziek- en Podiumerfgoed.

Hoe zie je de toekomst van het maken van poppen en figuren?

Op vlak van maak- en speeltechnieken: sommige figuren worden tegenwoordig mechanisch bestuurd. Op zich vind ik dat heel interessant, maar deze techniek staat nog in zijn kinderschoenen. Figuren die mechanisch bestuurd worden, bewegen naar mijn mening nog te houterig. Je zou het kunnen vergelijken met de eerste kleurentelevisie waar iedereen nog een groen of geel hoofd had. Net zoals de televisie evolueerde, zal deze techniek zich nog verder ontwikkelen.

Op vlak van opleidingen: momenteel worden binnen het DKO, bijvoorbeeld in Mechelen en Lier, speel- en maakcursussen georganiseerd. Sommige organisaties bieden ook workshops aan. Met DE MAAN organiseren we bijvoorbeeld al workshops voor kinderen en er zijn plannen om ons aanbod uit te breiden voor volwassenen. Ik hoop vooral dat figurentheater als module opgenomen zal worden binnen theateropleidingen in het hoger onderwijs. Ik heb in het buitenland veel theateropleidingen van dichtbij gevolgd en in Polen wordt dat bijvoorbeeld al gedaan.

Voorstelling De Tuin van de Walvis’ | © Diego Franssens

Meer info over immaterieel erfgoed

  • Meer lezen over het maakproces van poppen en figuren? Ga naar immaterieelerfgoed​.be.
  • Misschien houd jij ook bepaalde tradities, kennis en vaardigheden rond muziek- en podiumkunsten in leven en wil je die meer zichtbaarheid geven? Dan kan je deze registreren op immaterieelerfgoed​.be!
  • Hulp nodig bij het registreren van je praktijk? Sarah Masson van CEMPER (sarah.​masson@​cemper.​be) helpt je graag verder!

Stel een vraag

Heb je vragen of wil je weten wat CEMPER voor je kan betekenen? Laat van je horen!
CEMPER vzw
Onder-Den-Toren 12
B‑2800 Mechelen
O. nr. 0683 772 202
RPR Mechelen