Een opera-archief in drie bedrijven

22-07-2017

In 2017 studeerde Michiel Vandenabeele af voor de MaNaMa Archivistiek met een stage bij het Gentse Stadsarchief en een masterscriptie over het archief van de Gentse Opera. Een instelling met een lange en bewogen geschiedenis. In twee artikels brengt Michiel Vandenabeele een analyse van dit rijke archief, te beginnen bij de geschiedenis van deze eeuwenoude instelling (1). Een volgend artikel behandelt onder meer de omgang met de bladmuziek in een archivalische context.

Een opera van de schuttersgilde

Sinds 1698, de inhuldiging van de toenmalige Stadsschouwburg, draagt de Gentse Opera actief bij tot de Gentse en Vlaamse cultuurwereld. Tot het gebouw in 1715 afbrandt. In 1736 neemt de Gentse Sint-Sebastiaansgilde het roer over en bouwt op dezelfde locatie een nieuwe schouwburg, die de toepasselijke naam Sint-Sebastiaansschouwburg kreeg. Elke vorm van spektakel in Gent wordt vervolgens georganiseerd door de gilde (2). Figuren zoals Charles-Simon Favart, Nicolas d’Hannetaire en Ignaz Vitzthumb zijn in deze tijd verantwoordelijk voor het beleid van de Gentse Opera.

Het Frans bestuur maakt op het eind van de 18de eeuw een einde aan de activiteiten van de gilde. Vanaf 1815 komt de Gentse Opera opnieuw in handen van het Gentse stadsbestuur. Nagenoeg meteen wordt de beslissing gemaakt om de toenmalige Sint-Sebastiaansschouwburg te vervangen, aangezien deze niet meer geschikt was om veel toeschouwers te ontvangen. In 1837 wordt de huidige Grote Schouwburg voor het publiek geopend. Tijdens de 19de eeuw is de Duitse opera populair (de Wagner-cultus’) en dit elan wordt verdergezet onder het Duitse bewind tijdens de wereldoorlogen.

In de 20ste eeuw wordt de Gentse Opera geplaagd door financiële problemen en deze zullen zich zelfs na de fusie van de Gentse en Antwerpse Opera in 1980 verderzetten (5). Onder de naam Vlaamse Opera’ leven zowel de Gentse als de Antwerpse Opera tot op de dag van vandaag verder.

De eerste reeks: AGO-reeks

De verschillende reeksen waar de archiefstukken van de Gentse Opera in ondergebracht zijn, hebben een rijke geschiedenis. Deze geschiedenis biedt de mogelijkheid om de overdrachten van het archief van de Gentse Opera tot op zekere hoogte te reconstrueren. Omdat een aanwinstenregister voor de oudste stukken van het opera-archief ontbreekt, is dit geen overbodige luxe.

De oudste stukken aanwezig in het archief van de Gentse Opera dateren uit 1796 en zijn terug te vinden in het grootste archiefbestanddeel, de AGO-reeks’ (Archief Gentse Opera), vroeger bekend als reeks V’. Archief van de opera onder het bestuur van de Gentse Sint-Sebastiaansgilde is dus amper bewaard. Het feit dat het oudste archief stamt uit het Frans bewind, is niet toevallig. In het algemeen is de Franse Revolutie voor de archivistiek een kantelpunt. Er werd sindsdien meer rekening gehouden met het belang van archieven zowel voor de burger als voor de staat. De uitbouw van het archiefwezen werd ook onder Napoleon verdergezet (6).

Uit de inventaris van de AGO reeks’ kunnen we opmaken dat de overgang van Frans bestuur naar Gents bestuur van de opera redelijk vlot verliep, want het archief wordt gekenmerkt door continuïteit. De stabiliteit van het archief wordt ook bevestigd in de geschiedenis van de Gentse Opera want tot 1914 bleef de opera onder de bevoegdheid van de stad Gent. Wanneer het archief uit de AGO-reeks’ precies in het Gentse Stadsarchief is terechtgekomen, is niet duidelijk. Dit door de afwezigheid van een overdrachtslijst die zo’n vroege periode beschrijft. Een ruwe datering kan wel afgeleid worden op basis van het werk van Timo van Havere en de kennis van stadsarchivaris Pieter-Jan Lachaert: de overdracht van AGO-reeks’/’reeks V’, vond vermoedelijk rond 1914 plaats (7).

Reeks XXI

Na de AGO reeks’ komt chronologisch Reeks XXI’. Dit archiefbestanddeel bevat ook een paar oudere archiefstukken, maar het merendeel dateert van na de Eerste Wereldoorlog en loopt tot de jaren 70. Net zoals bij de AGO-reeks’ ontbreekt duidelijke documentatie inzake de precieze overdracht aan het Gentse stadsarchief. Aangezien Reeks XXI’ verwijst naar een Romeins cijfer en niet langer naar een letter, kunnen we opnieuw het onderzoek van van Havere gebruiken om de overdracht te bepalen. Dit, samen met andere overdrachtslijsten uit deze periode, plaatsen de overdracht van dit deel van het Gentse opera-archief omstreeks 1940.

KOG

Het volgende archiefbestanddeel van het Gentse opera-archief is de KOG reeks’ (Koninklijke Opera Gent). Dit bestanddeel werd in 1997 opgesteld toen het opera-archief van de jaren 70 en begin jaren 80 werd overgebracht naar het SAG (Stadsarchief Gent). In dit archief zou dus de overgang te zien moeten zijn van een Koninklijke Opera Gent onder de bevoegdheid van stad Gent, naar een Gentse Opera die gefusioneerd werd met de Antwerpse Opera. Dat dit archief net in 1997 overgebracht werd, is niet verwonderlijk. In die tijd ging namelijk de Vlaamse Operastichting ten onder. Om een gelijkaardig scenario te vermijden voor haar rechtsopvolger, besloot de Vlaamse Opera te breken met de voorgaande organisatie en viel het archief niet meer onder hun bevoegdheid. Op dit moment werd vermoedelijk beslist dat het de beste optie was om het nog aanwezige archief van de Gentse Opera over te brengen naar het SAG.

Een jaar later, in 1998, werd opnieuw een deel van het archief van de Gentse Opera overgedragen en in een ander archiefbestanddeel geplaatst, genaamd reeks AGO/1998’. Het is vreemd dat beide archiefbestanddelen, wat naamgeving betreft, zo van elkaar verschillen. Dit onderscheid werd hoogstwaarschijnlijk gecreëerd omdat het technisch gezien verschillende archiefvormers zijn. De reeks AGO/1998’ heeft niet de Gentse Opera als archiefvormer, maar de Vlaamse Opera’ en is op deze manier geen product meer van de archiefvormer Koninklijke Opera Gent’ die in de KOG reeks’ zit.

Verrassend volledig

De verschillende archiefstukken gecreëerd door de Gentse Opera werden telkens in blokken overgedragen aan het Gentse Stadsarchief. Gezien de bewogen geschiedenis van de Gentse Opera, is het opmerkelijk hoe volledig het archief overgeleverd/​bewaard gebleven is. Zowel ikzelf als mijn stagebegeleider Pieter-Jan Lachaert, archivaris bij het Gentse stadsarchief, hadden verschillende hiaten verwacht, maar die waren niet meteen te vinden. Van het einde van de 18de eeuw tot het begin van de 21ste eeuw is het archief nagenoeg volledig, met uitzondering van de periode 1980 – 1988. Alle archiefbestanddelen lijken relatief vlot in elkaar over te lopen. Een verdere analyse van dit archief komt in een volgend artikel aan bod. Bovenstaande analyse wordt breder uitgewerkt in mijn thesis.

De bladmuziek

Eerder had ik het al over de grote collectie partituren die in het Gentse opera-archief aanwezig is. Deze bladmuziek was de focus van het tweede deel van mijn stage in het SAG. De omvang van dit archiefbestanddeel is groot: 632 dozen, wat zo’n 73.6 meter archief is. Te groot voor de duur van een stage. Hoe ver ik uiteindelijk ben geraakt, komt later aan bod.

Vroeger beschikte men in het SAG over een mooie inventaris van de partituren, maar deze werd in de loop der jaren misplaatst en is zoekgeraakt. De medewerkers van het SAG merkten op dat de partituren van de Gentse Opera meer opgevraagd werden dan de andere stukken uit het opera-archief. De toegevoegde waarde voor de ontsluiting van deze archiefstukken was dan ook evident. In samenspraak met het SAG besliste ik om deze reeks opnieuw voor de gebruiker te ontsluiten. Hiervoor werd mij aangeraden om eerst enkele personen te contacteren die de partituren vroeger gebruikt hadden.

Vraag van de gebruiker

Om de stem van de gebruiker bij de ontsluiting te betrekken, peilde ik naar hun ervaringen met het archief van de Gentse Opera en meer bepaald met de partituren. De antwoorden lagen in de lijn van wat ik verwachtte. De belangrijkste opmerking was het gebrek aan een helder overzicht van de bladmuziek van de opera’s. In samenspraak met het SAG en mijn promotor, professor Frank Scheelings, werd het duidelijk dat dit de belangrijkste focus zou worden.

De zoektocht naar een passende muziekstandaard

Met dit doel voor ogen, zocht ik naar een passende standaard om deze partituren te ontsluiten. Al snel werd duidelijk dat een dergelijke standaard, rekening houdende met de doelstellingen en tijdslimiet van dit project, niet bestond. Om mijn aanpak voldoende te onderbouwen, ging ik ten rade bij verschillende gespecialiseerde instellingen: de muziekbibliotheek van het Gentse Conservatorium en deze van de Gentse Opera, alsook het centrum voor muzikaal erfgoed Resonant. Vervolgens analyseerde ik verschillende bestaande standaarden voor toegangen op bladmuziek.
Aan de hand van deze bezoeken werd onder meer beslist om de VIAF of Virtual International Authority File database te gebruiken (http://​viaf​.org) Deze database zou ervoor zorgen dat authority control kon uitgevoerd worden op velden zoals de naam van de componist.
Aan de hand van mijn analyse van de bestaande standaarden voor de toegang tot bladmuziek, kon ik verschillende velden in mijn toegang beter uitwerken om op deze manier dubbelzinnigheden te vermijden. De standaarden die werden geanalyseerd waren:

  • ISBD(PM) of de International Standard Bibliographic Description for Printed Music’,
  • RISM of Répertoire International des Sources Musicales’ standaard,
  • ISAD(G) en ISAAR
  • VIAF.

Naast deze standaarden deed ik ook inspiratie op uit de inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit die in 2003 door Jan Dewilde, Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte in samenwerking met het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) werd opgesteld (11).

Beschrijvingsvelden van de toegang

Met het oog op volledige ontsluiting van de partiturenreeks werden een groot aantal beschrijvingsvelden in de toegang opgenomen. Een kleine toelichting van deze velden is hier op z’n plaats:

  • Het doosnummer: op voorhand aanwezig binnen de reeks en zichtbaar op de archiefdoos.
  • Het archiefnummer: door mij opgesteld aan de hand van de richtlijnen gevolgd binnen het SAG voor de naamgeving van digitale bestanden.
  • Het nummer van de opera: op voorhand aanwezig binnen de reeks en zichtbaar op de archiefdoos. Dit is een tweede nummering aanwezig op de doos en komt grotendeels overeen met de oude nummering die op de partituren aanwezig is.
  • De titel van de opera: meestal overgenomen van de partituren, tenzij dit voor verwarring zorgde.
  • De oorspronkelijke titel van de opera: wordt enkel ingevuld wanneer de opera bewerkt werd (vaak bij opvoeringen van de opera in een andere taal).
  • De componist/​auteur: de componist of auteur die het muziekstuk gecomponeerd of bewerkt heeft.
  • De oorspronkelijke componist: in het geval dat het muziekstuk door iemand bewerkt werd, wordt hier de componist van het originele stuk weergegeven.
  • De plaats van eerste uitvoering: de plaats waar de opera voor het eerst opgevoerd werd.
  • De datum van eerste opvoering: de datum waarop de opera voor het eerst opgevoerd werd.
  • De datum van eerste opvoering in de Grote Schouwburg: de datum waarop de opera voor het eerst opgevoerd werd in de Grote Schouwburg te Gent.
  • De soort partituur: hier wordt weergeven om welke soort partituur het gaat. De meest voorkomende vormen zijn de partijen, gemaakt voor de individuele instrumenten en de orkestpartituur, gecreëerd voor de dirigent om het orkest te kunnen begeleiden.
  • Druk of manuscript: in dit veld wordt weergegeven of het muziekstuk gedrukt of neergepend werd.
  • De oude nummering: de oude nummering die, indien aanwezig op de partituren, in dit veld weergegeven wordt. Vermoedelijk gaat het hier over de manier waarop de partituren geordend stonden in de muziekbibliotheek van de Gents Opera.
  • De ex libris: gezien er vaak meerdere stempels aanwezig zijn op de partituren werden hiervoor verschillende velden voorzien. In de reeks partituren is de ex libris een stempel of handtekening die veelal afkomstig was van een overheidsinstelling.
  • De handelaarsstempel: weergave van de aanwezigheid van een handtekening of stempel op het muziekstuk verwijzende naar de handelaar of uitgever.
  • De uitgever: aanwezig indien het muziekstuk gedrukt werd. De persoon of instantie verantwoordelijk voor de uitgave van het stuk.
  • De opmerkingen: een veld waar eventuele opmerkingen weergegeven worden.

Opstart en verderzetting van het project

Gezien de grote omvang van de reeks partituren werd al snel duidelijk dat het behandelen van een dergelijke hoeveelheid archiefstukken gezien mijn beperkte stagetijd niet haalbaar was. Uiteindelijk verwerkte ik een totaal van 200 dozen, ongeveer een derde van de totale reeks partituren. Gelukkig werd er beslist dat het project opvolging zou krijgen na mijn stage, met name door het inschakelen van een vrijwilliger. Met deze mogelijkheid in achterhoofd heb ik mijn werk in het SAG zo goed mogelijk proberen te documenteren, zodat de opvolging vlot zou verlopen. Naar het einde van mijn stage toe werd een enthousiaste vrijwilliger gevonden, die meteen aan de slag ging. Ikzelf kon de vrijwilliger tijdens deze beginfase nog enkele dagen begeleiden. Op deze manier konden de obstakels waarmee ik geconfronteerd werd, door de vrijwilliger vermeden worden. De verdere ontsluiting van de partiturenreeks van de Gentse Opera wordt opgevolgd door het SAG.

Michiel Vandenabeele

(1) Een uitgebreide weergave van de geschiedenis van de Gentse Opera vinden we terug in de werken van Guy Verriest en Johan Decavele: G. Verriest, Het Lyrisch Toneel te Gent — Van de oorsprong af tot op heden.” In: Het Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen, 1964, pp. 1 – 284. — G. Verriest, Het Lyrisch Toneel te Gent – 1965 – 1980.” In: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, 1981, pp. 3 – 155. — J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, 239 p. (Ed. Johan Decavele en Bart Doucet).

(2) J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, p. 19

(3) J. Decavele, P. Lootens et al., op. cit., p. 27.

(4) L.P. Grijp, Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam, Amsterdam Universty Press-Salomé, 2001, p. 517.

(5) S. Baeck, Van Théâtre Royal Français de Gand naar Vlaamse Opera in drie bedrijven — Over de invloed van de Duitse bezetter op het Gentse operaleven tijdens Wereldoorlog II, Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent), 2012, p. 96.

(6) G. Kwanten en E. Put, Archivistiek – Theorie & methodologie, Brussel, VUB, 2016, p. 33 – 34.

(7) T. Van Havere, De droom van een archivaris — Een analyse van de constructie van het stadsarchief van Gent en zijn collecties tussen 1800 en 1930, Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2013. 376 p. (Promotor G. Janssens).

(8) Digitale inventaris KOG reeks’ – raadpleegbaar via archiefbeheersysteem van SAG.

(9) C. Verbelen, De kunst van het bewaren, vernietigen is de kunst. Hedendaags documentbeheer in de Vlaamse Opera Richtlijnen en advies voor de dienst dramaturgie, Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2010, p. 21.

(10) M. Vandenabeele. The Opera ain’t over till the fat lady sings’ – een overzicht van het archief van de Gentse Opera. Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2017. 121 p. (Promotor F. Scheelings).

(11) Jan Dewilde, ‘“Tal van oude muziekboekskens” De familie Benoit en het muziekleven in Harelbeke tijdens de 19de eeuw.’ Harelbeke: Stad Harelbeke, 2003. 54 p.

22-07-2017

Stel een vraag

Heb je vragen of wil je weten wat CEMPER voor je kan betekenen? Laat van je horen!
CEMPER vzw
Zoutwerf 5
B‑2800 Mechelen
O. nr. 0683 772 202
RPR Mechelen